NTA 8800 ten behoeve van vaststelling BENG-eisen
04/04/2019
Show all

De onverwachte winnaar bij de oplevering

Iemand laat een nieuwe woning bouwen, geheel aan de eisen van de huidige tijd. Dus ook met een dik pakket isolatie en een goede luchtdichtheid. uiteindelijk wordt de woning opgeleverd.

De situatie

Het is een geheel dichte woning, werkelijk alles is pot-dicht gebouwd om energie te besparen. Enkel de leverancier van een “brievenbus in de voordeur” heeft de klep niet goed afgesteld. Nu ervaart de bewoner in de gang een enorme luchtstroom t.p.v. de brievenbus in de voordeur.

Aannemer en bewoner kunnen het niet eens worden over de manier van afwerking van deze brievenbus, bij de oplevering van de woning. Hierop laten ze een luchtdichtheidsmeting uitvoeren. De uitkomsten van de luchtdichtheidsmeting bevestigen de onderbouwing van de aannemer, de totale woning voldoet aan de gestelde minimale norm. Daarentegen bevestigd het ook de onderbouwing van de bewoner, er is een noemenswaardige luchtstroom opgemerkt ter plaatse van de brievenbus. De aannemer zal echter zeggen dat hij voldoet aan de gestelde eisen. De bewoner daarentegen zegt dat er gebreken zijn op gebeid van luchtdichtheid wat wordt aangewezen in de rapportage. Middels bijkomst van advocaten wordt een rechtszaak gestart en de rechter bepaald dat de aannemer heeft voldaan aan de gestelde minimale eisen. Er waren geen aanvullende afspraken gemaakt waarop de bewoner terug zou kunnen vallen. De aannemer wordt in zijn gelijk gesteld.

Gevolgen

De bewoner blijft met ongenoegen achter, waarbij er veel onvrede is over het werk van de aannemer. De leverancier van de aannemer wordt hierin zelfs vergeten, de aannemer was immers het contact voor de bewoner. Hierdoor is “de aannemer” in een zwarte schaduw komen staan voor deze klant. Dat terwijl er eigenlijk een pracht van een woning is gebouwd. De nasleep over “een brievenbusklepje” heeft echter zoveel negatieve energie meegebracht dat de bewoner weinig lovende woorden voor de aannemer over heeft. Daarbij is er nog steeds geen oplossing gekomen voor het probleem.

Hierop laat de bewoner na afloop van de rechtszitting op eigen rekening een bedrijf komen dat kozijnen hersteld.  De monteur van dit bedrijf kijkt tijdens dat hij aan belt, tot zijn verbazing dat hij voor een nieuwbouwwoning staat ten behoeve van herstelwerkzaamheden. Na een korte uitleg, zonder dat de bewoner iets verteld over wat eraan voorafgegaan was, is de monteur een kleine tien minuten bezig met het bijstellen van de brievenbusklep. “Het was een schroefje wat tegen een palletje aan kwam en ervoor zorgde dat het klepje niet goed afsluit meneer. Heeft u mij hiervoor laten komen?”
De brievenbusklep sluit nu keurig af en de bewoner heeft eindelijk die gewenste geweldige comfortabele beleving in zijn nieuwe woning.

Dat allemaal als gevolg van een kleine 10 minuten van de kozijnenhersteller!

De bewoner was de man zeer erkentelijk en gaf hem € 50,- als fooi in de hand. Deze monteur bleek later niet eens een factuur te hebben gestuurd. Deze monteur had onderweg een klant blij gemaakt en was die dag zijn weg met enthousiasme vervolgd, het was hem een genoegen.

Conclusie:

  • Een bewoner met ongenoegen.
  • Een aannemer in zijn gelijk gesteld.
  • Een ontevreden klant van de aannemer.
  • Een triomfantelijk beloning en lovende woorden voor de monteur.
  • Enthousiasme op de werkvloer.

Wie is hier de winnaar van de zaak?